Voorbereiding

Vertel uw kind rustig wat er gaat gebeuren. Uw kind is minder angstig als u eerlijk vertelt wat het kan verwachten. Bijvoorbeeld dat de prik pijnlijk kan zijn.

Op het afnamelaboratorium is voorlichtingsmateriaal beschikbaar. Waaronder een koffertje en/of een boekje. Hierin staat stap voor stap beschreven hoe het bloed afnemen gaat verlopen.

Als uw kind ontspannen is, voelt het minder pijn. Wees daarom zelf kalm. Meestal kan het kind tijdens de bloedafname bij u op schoot zitten.  Een baby kunt u laten zuigen op een speen, strelen of op schoot nemen. Bij een peuter of kleuter kunt u een knuffel meenemen. Ook kunt u de aandacht afleiden door een verhaaltje te vertellen of een prentenboek te bekijken. Oudere kinderen kunt u afleiden door het oplossen van een raadsel of het vertellen van een verhaaltje.

Wanneer uw kind in de arm of het handje geprikt moet worden, kunt u de huid van te voren (laten) verdoven met een verdovende zalf.  Deze zogenaamde ‘toverzalf’ kunt u vragen aan de arts die het bloedonderzoek aanvraagt. De zalf heet Emla en kan alleen met een receptenbriefje opgehaald worden bij de apotheek. De zalf moet minimaal een uur inwerken voordat de huid goed verdoofd is. Wij adviseren u met uw arts te overleggen of uw kind hiervan gebruik kan maken.  

De prikpost

Op de grote afnamelaboratoria meld u zich aan bij de zuil voor een volgnummer. Kies de knop: kinderprikken. De zuil zal een bonnetje printen en het systeem plaatst u in de wachtrij voor de kinderprikkamer. Kinderen krijgen voorrang op de andere bezoekers. U neemt vervolgens plaats in de wachtruimte tot uw nummer op het beeldscherm verschijnt.

Wanneer u zich op een andere locatie bevindt en geen aanmeldzuil aantreft meldt u zich volgens de aangegeven lokale procedure of neemt u plaats in de wachtkamer.

In de behandelkamer neemt de medewerker het aanvraagformulier in ontvangst  en controleert de gegevens van uw kind. Geef bij de laboratoriummedewerker uw wensen of zorgen aan. Bijvoorbeeld goede/slechte ervaringen of allergieën voor een pleister. We houden hier dan zoveel als mogelijk rekening mee door bijvoorbeeld voor een aangepaste werkwijze te kiezen.

De keuze voor een prikmethode is afhankelijk van de hoeveelheid bloed die nodig is voor het onderzoek. Bloedafname kan door middel van een prik in een ader (vena) of in een haarvaatje (capillaire vena). Een capillaire punctie gebeurt meestal in de vinger of bij baby’s in de hiel, de venapunctie meestal in de arm of hand.

Bij een venapunctie wordt, als de prikplaats verdoofd is, eerst de “toverpleister” verwijderd en de plaats schoongemaakt. Vervolgens wordt een stuwband (strakke band) om de arm gedaan. Met behulp van een dun naaldje worden er buisjes gevuld met bloed. Na het verwijderen van het naaldje  wordt de prikplaats afgedrukt met een watje. Als het bloeden gestopt is, wordt er een pleister over de wat geplakt.

Na de prik krijgt uw kind een dapperheidsdiploma. Praat met uw kind nog even na over het prikken. Hoe ging het? Deed het veel pijn? Zo helpt u uw kind het beste om deze ervaring te verwerken. 

Meestal veroorzaakt een venapunctie geen complicaties, maar er kan in sommige gevallen een (pijnlijke) blauwe plek (hematoom) ontstaan. Vaak kan dit voorkomen worden door het wondje goed af te drukken na de prik, maar het is niet altijd te voorkomen. Neem contact met de huisarts op als het hematoom groot wordt of als de hele arm pijnlijk 

De uitslag

De resultaten van het onderzoek worden aan de behandelaar gerapporteerd. Uw arts zal deze met u en uw kind bespreken. Lees meer over de uitslagrapportage van laboratoriumonderzoek.